Fenelab
Bent u lid? Login

Fenelab plaatst kanttekeningen bij PFAS-bodemonderzoek van NVGP

Publicatiedatum: 05 dec, 2019
Fenelab plaatst kanttekeningen bij PFAS-bodemonderzoek van NVGP

De Nederlandse Vereniging van Grondbewerkingsbedrijven (NVGP) heeft begin november een oriënterend ringonderzoek laten uitvoeren naar de aanwezigheid van PFAS-verbindingen onder een Rotterdamse woning. Drie laboratoria analyseerden de monsters en kwamen volgens de NVGP tot verschillende uitkomsten. “Het waren géén identieke monsters. Bovendien gaat het rapport volledig voorbij aan eventuele heterogeniteit van de genomen monsters”, benadrukt Jaap-Willem Hutter, voorzitter sectorcommissie Milieu van Fenelab en technisch-directeur van SYNLAB Analytics & Services in Rotterdam.

DrechtConsult en S&R Milieuadvies namen begin november in opdracht van De Nederlandse Vereniging van Grondbewerkingsbedrijven (NVGP) de bodemmonsters. De partijen kozen bewust voor grond onder een jaren ’20 woning in de Rotterdamse wijk Hillegersberg. Het huis is op een betonnen plaat gebouwd. Daarom zou het menselijkerwijs onmogelijk moeten zijn om in de bodem PFAS-verbindingen aan te treffen.

Twee soorten monsters

De bedrijven namen in duplo twee soorten monsters: één uit de kleilaag en één uit de veenlaag. Drie Fenelab-leden analyseerden vervolgens de monsters: SYNLAB, Eurofins en AL West. De drie labs kwamen unaniem tot de conclusie dat de kleimonsters geen PFAS-verbindingen bevatten.
De veenmonsters bevatten daarentegen wél sporen van PFOS en PFOA. “De standaardafwijking lag rond de 50 procent. Voor concentraties op een dergelijk laag niveau is dat helemaal niet slecht”, stelt Hutter.

Geen homogene monsters

De monsters zijn ook onderzocht op bodemkenmerken, zoals het droge stof- en organische stofgehalte en het lutumgehalte. De spreiding in de resultaten voor de veenmonsters was hoog en volgens Hutter liet dat zien dat er geen sprake kan zijn van homogene monsters. “Bovendien suggereren de auteurs van het rapport dat de hoge spreiding in de resultaten uitsluitend te wijten is aan het laboratoriumwerk en beschrijft het niet, dat meetonzekerheid gekoppeld is aan de gehele keten, van monsterneming tot en met analyse.”

Constructief overleg

Fenelab heeft 20 november een notitie aan de NVPG gestuurd waarin de brancheorganisatie kanttekeningen bij het onderzoek heeft geplaatst. Vervolgens is de zaak eind november uitgebreid besproken in een constructief overleg tussen vertegenwoordigers van Fenelab, de NVPG, SIKB, VKB en de drie laboratoria. Een belangrijk doel van de bijeenkomst was meer vertrouwen te kweken tussen de bodembranche en de laboratoria. Verder komt er op initiatief van het ministerie van I&W en het RIVM een onafhankelijk ringonderzoek door een geaccrediteerde ringonderzoekinstelling. “De uitkomsten moeten aantonen dat Nederlandse laboratoria analyses op PFAS in bodemmonsters betrouwbaar uitvoeren. Het onderzoek is naar verwachting in de tweede week van januari gereed”, besluit Hutter.

« overzicht