Fenelab
Bent u lid? Login
Wachtwoord vergeten?

Alleen schoon asfalt verdient een tweede leven

08 juni 2010
Alleen schoon asfalt verdient een tweede leven

Hergebruik van asfalt is in Nederland de gewoonste zaak van de wereld. Vrijwel al het oude asfalt wordt als hoogwaardige grondstof voor nieuw asfalt gebruikt. Het voordeel is tweeledig, het milieu wordt ontzien en het levert een besparing op van primaire bouwstoffen. Maar alleen schoon asfalt verdient een nieuw leven in de weg!

Voordat het oude asfalt kan worden hergebruikt, dient in kaart te worden gebracht of er sprake is van verontreiniging met teer (PAK). Teerhoudend asfalt moet vanwege gezondheids- en milieurisico’s gescheiden en verwerkt worden in een gecertificeerde inrichting.

Wegbeheerder
Wegbeheerders zijn als ontdoener verantwoordelijk en aansprakelijk voor het verwijderen van teer uit de keten. Dit is vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Wet milieubeheer. Het verplicht de wegbeheerder tot het uitvoeren van een risico-inventarisatie en het opstellen van een V&G-plan. Onderdeel hiervan is een vooronderzoek naar de teerhoudendheid van het asfalt. Dit moet worden uitgevoerd voordat de opdracht tot verwijdering wordt gegeven.
In aansluiting hierop zijn de ‘Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt’ (CROW-publicatie 210) en het convenant ‘Code Milieu Verantwoord Wegbeheer’ (Code MVW) opgesteld.
Voor de wegbeheerder betekent het volgen van deze procedures de
invulling van haar maatschappelijke en juridische verantwoordelijkheid. Hiermee voldoet de wegbeheerder aantoonbaar en traceerbaar aan de wettelijke zorgplicht vanuit de Wet milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit.

AsfaltcentraleBij hergebruik in nieuw asfalt is de asfaltcentrale meestal de ontvanger. Deze is verplicht erop toe te zien dat het vooronderzoek op aanwezigheid van PAK wordt uitgevoerd conform CROW-publicatie 210. Als niet aantoonbaar aan de procedures is voldaan, moet de (volgens BRL 9320 gecertificeerde) asfaltcentrale het granulaat weigeren. Dit leidt tot hogere kosten en is onwenselijk voor milieu en maatschappij.

Stappenplan vrijkomend asfaltDe ‘Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt’ (CROW-publicatie 210) kent zeven stappen, van voorontwerp tot en met acceptatie en verwerking. Het vooronderzoek vormt de basis en bevat de volgende activiteiten:
- terreininspectie en verzamelen historische gegevens
- vaststellen voorontwerp en indeling homogene wegvakken en teerverdachte lagen
- vaststellen en uitvoering aantal boringen
- onderzoek (1e trap) naar laagopbouw en teerhoudendheid (PAK-marker)
- vaststellen aantal tonnen en analyses
- vaststellen mengmonsters en onderzoek (2e trap) naar teerhoudendheid
- beoordeling onderzoeksresultaten en rapportage.

Accreditatie vereistHet vaststellen van de eventuele aanwezigheid van PAK-verontreiniging in het asfalt(-granulaat) moet zorgvuldig en betrouwbaar gebeuren. Onterechte afkeuring leidt immers tot onnodig hoge kosten en een toename van het gebruik van primaire bouwstoffen. Onterechte goedkeuring kan leiden tot vervelende verrassingen bij de acceptatie of verwerking. Het is tevens een extra belasting voor het milieu. Niet alleen de financiële belangen zijn groot, maar ook die voor mens, maatschappij en milieu.
Om die reden is borging van de kwaliteit vastgelegd in de ‘Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt’ (CROW-publicatie 210). Hierin staat dat een laboratorium met een NEN-EN-ISO/IEC 17025 accreditatie het onderzoek dient uit te voeren voor de bepaling van de laagopbouw, het onderzoek met de PAK-detector en de PAK-analyses.

Informatie
Op de websites van de Raad voor Accreditatie (www.rva.nl) en onze leden treft u meer informatie aan over de specifieke accreditaties.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Fenelab of met een van onze leden.

Tekst: Mark Grijsbach

« overzicht