Fenelab
Bent u lid? Login
Wachtwoord vergeten?

‘Meer marktsectoren binden en breder bedienen via Fenelab’

08 juni 2010
‘Meer marktsectoren binden en breder bedienen via Fenelab’

Een brede brancheorganisatie voor de hele sector. Dat is het streven van Fenelab-voorzitter Paul Hesselink. Alleen op deze manier kan er volgens Hesselink sprake zijn van algehele belangbehartiging voor de gehele branche. “Een uitdagende, maar zeker geen onmogelijke klus.”

Brede branchevereniging
“Nog meer marktsectoren binden aan Fenelab en ze op meerdere vlakken bedienen”, dat is wat Paul Hesselink wil en nastreeft sinds zijn aantreden als voorzitter van Fenelab. “Het is wenselijk dat de vereniging zich ontwikkelt van een primair technisch-vakinhoudelijk overleg- en uitwisselingsplatform tot een branchevereniging voor de hele laboratoriumsector in Nederland. Dit bleek ook uit een ledenenquête die bij mijn start als voorzitter is uitgevoerd. Algemene belangenbehartiging is daarbij de bindende factor”, stelt Hesselink.

“In de eerste tien jaar van haar bestaan (tot 2008) vormde het vakinhoudelijke karakter de kern van de Fenelab-activiteiten. Dit was een terechte en logische voorzetting van de oorspronkelijke labverenigingen Eurolab en VGLI. Een verticale organisatiestructuur waarbij per sector de meeste nadruk lag op vakinhoudelijke discussies”, constateert Hesselink.

Professionals en verwante organisaties
Om de basis verder te verstevigen is het lidmaatschap van de vereniging opengesteld voor professionals. “Niet alleen bedrijven en organisaties kunnen lid worden van Fenelab. Ook individuele professionals kunnen sinds een half jaar lid worden, zodat ook zij vanuit hun eigen discipline kunnen meepraten over vakinhoudelijke zaken. Daarnaast zijn er diverse organisaties of toeleveranciers die zelf geen lab zijn, maar wel graag bij Fenelab betrokken willen zijn. Zij kunnen nu ook als geassocieerd lid meedoen. Dit vergroot de basis en veelzijdigheid van de vereniging, zo is de verwachting.”

Belangenbehartiging
Fenelab is al een mooi platform voor de marktsectoren milieu, bouw, agro-food en kalibratie. In de toekomst komen daar mogelijk nog meer marktsectoren bij. De vereniging is bijvoorbeeld in gesprek met de medisch-klinische laboratoria om de banden aan te halen. Naast de vakinhoudelijke discussies richt Fenelab zich steeds meer op horizontale belangenbehartiging zoals accreditatie, onderwijs & arbeidsmarkt, arbo en PR.

Fenelab timmert met het oog op de toekomst doelgericht aan de weg. Het speelveld waarop de vereniging acteert, is de afgelopen jaren aanzienlijk uitgebreid, stelt Hesselink vol trots vast. “Fenelab is de laatste anderhalf jaar via overleg met VROM en V&W betrokken bij de vereenvoudiging van de vestigings- en milieuvergunningen voor laboratoria. We hebben het initiatief genomen om te komen tot een arbocatalogus voor de labsector. Er wordt met diverse departementen gesproken over kwaliteit, betrouwbaarheid, normen en regels. Ook wordt ondersteuning gegeven bij het opstellen van nationale en EU-normen”, somt Hesselink op.

Krapte op de arbeidsmarkt
De instroom en opleiding van gekwalificeerd personeel is een belangrijk punt van aandacht voor het bestuur van Fenelab. “Hoe vinden we voldoende en goed opgeleide mensen die voor ons willen werken”, vraagt Hesselink zich af. “De instroom is beperkt. Er zijn onvoldoende gekwalificeerde mbo en hbo’ers beschikbaar. De arbeidsmarkt is krap.” Om die reden werkt Fenelab intensief samen met diverse onderwijsinstellingen in de hoop dat meer studenten kiezen voor het vak van analist, analytisch chemicus of microbioloog. “Nu rekruteert de branche ten dele al geschikte arbeidskrachten in het buitenland. Ook onder asielzoekers bevinden zich weleens hooggekwalificeerde mensen die aan de slag kunnen in de laboratoria. In het buitenland wordt blijkbaar wat vaker voor een technisch beroep gekozen”, constateert Hesselink.

Matrix
“Fenelab is hierdoor feitelijk als een soort matrix gaan functioneren, waarbij sprake is van zowel sectorgerelateerde als meer generieke belangenbehartiging. Omdat de diverse branches onder de vleugels van Fenelab samen optrekken, staat de labsector als geheel sterker. We blijken meer met elkaar te delen dan verwacht, bijvoorbeeld bij accreditatie- en arbeidsmarktthema’s. Hierdoor kunnen we de belangen van alle aangesloten leden beter vertegenwoordigen”, zegt Hesselink. “En dat lijkt te werken: ons ledental vertoont sinds een jaar een fraaie groei.”

BiografiePaul Hesselink (50) is sinds 2008 voorzitter van Fenelab en de opvolger van Gerard Baalhuis. Daarvoor was hij enkele jaren vice-voorzitter. Voor die tijd was hij actief als commissievoorzitter en verantwoordelijk voor de oprichting van de Commissie Accreditatie. Een platform om onder andere met de Raad voor Accreditatie (RvA) tot een goede afstemming en verbeterde relatie te komen. Tevens is Hesselink een van de twee Fenelab-vertegenwoordigers in de Gebruikersraad van de RvA waar diverse zaken van accreditatie, norminterpretatie, RvA-tarieven en –dienstverlening aan bod komen.

Hesselink is van huis uit biochemicus. Hij promoveerde in 1989 aan de Rijksuniversiteit Groningen in de biotechnologie. Na zijn promotie werkte hij zeven jaar als onderzoeker en manager bij TNO. Daarna ging hij aan de slag bij SGS, ’s werelds grootste inspectie- en labbedrijf. Hij werkte daar onder meer als manager van de laboratoria en landenorganisaties. Sinds 2003 is hij algemeen directeur van Kiwa Nederland, een internationaal opererend kwaliteitszorgbedrijf dat organisaties terzijde staat bij complete certificatietrajecten, uiteraard gebruikmakend van hoogwaardige labresultaten uit eigen en andermans laboratoria.

Tekst: Mark Grijsbach

« overzicht