Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Gevaarlijke stoffen

Gevaarspictogrammen en H- en P-zinnen

In de arboregelgeving worden stoffen gevaarlijk genoemd als hun intrinsieke (stofeigen) eigenschappen een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van werknemers kunnen opleveren. Of iemand is blootgesteld, maakt dus niet uit voor de definitie ‘gevaarlijke stof’.

Tot 2015 bestond het gevaarsetiket uit oranje WMS symbolen en de R- en S-zinnen.
Deze zijn inmiddels vervangen door het  Globally Harmonized System (GHS).
Er is geen verplichting voor laboratoria om verpakkingen met deze oude etikettering ‘om te etiketteren’.
Voor de eenduidigheid naar medewerkers is het natuurlijk wel verstandig om zoveel mogelijk de nieuwe GHS-etikettering toe te passen.

De intrinsieke eigenschappen van een stof blijken uit de ‘gevaarsindeling’ van een stof of mengsel volgens de Europese stoffenregelgeving (de EU-stoffenverordening REACH). De gevaarsindeling bestaat uit het gevaarspictogram en de H(azard)-zinnen van de stof of het mengsel. De producent of leverancier van de stof behoort met deze pictogrammen, indien van toepassing een signaalwoord en H- en P(recautionary)-zinnen de gevaren van de stof of het mengsel aan te geven. Met de gegevens van het etiket van een stof of een preparaat kan eenvoudig worden bepaald of, en welke, regelgeving van toepassing is.
Maar niet alle stoffen en mengsels zijn voorzien van zo’n etiket. Voorbeelden zijn kwarts, asbest, lasrook en dieselmotoremissies. We noemen deze stoffen ook wel stoffen zonder eigenaar. Ook stoffen die onverpakt (bijvoorbeeld in bulk) worden verkocht, krijgen geen etiket en zijn daardoor lastiger te herkennen als gevaarlijk. De schadelijke effecten van deze stoffen moeten op een andere manier worden achterhaald. Ook kunnen er stoffen bij een bedrijf voorkomen als tussenproduct of als afvalstof, waaraan werknemers wel worden blootgesteld. Soms is weinig bekend over de gevaren van deze stoffen. De informatie over tussenproducten en afvalstoffen is vaak niet makkelijk toegankelijk.