Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen

Risicovolle handelingen met gevaarlijke stoffen

Een stof kan nog zo giftig zijn, er is geen enkel gezondheidsrisico als de werknemer niet in aanraking komt met de stof. Meer in het algemeen geformuleerd: de intrinsieke eigenschappen bepalen het gevaar van de stof; de kans op gezondheidsschade wordt bepaald door de wijze waarop en de duur en frequentie waarmee de werknemer is blootgesteld aan de stof.
Het risico is het product van de kans op de blootstelling aan een stof en het effect dat die blootstelling heeft. Bij een zeer lage kans op blootstelling of een zeer klein effect is het risico klein. Als de kans op blootstelling zeer groot is, of als het effect van de stof ernstig, is het risico evenredig veel groter.
De kans op blootstelling aan een stof en het effect van die stof worden natuurlijk beïnvloed door de aard van de stof (poedervormig, vloeibaar, gas), de tijd dat de werknemer wordt blootgesteld en de beheersmaatregelen die worden toegepast.
De kans op blootstelling is bij geen enkel werkproces nul. Er is namelijk altijd een kans op een calamiteit: een ongewilde en onverwachte gebeurtenis.
In een chemicaliënmagazijn kunnen zeer grote hoeveelheden van zeer gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. Het risico voor de gezondheid voor de magazijnmedewerkers is klein, omdat de magazijnmedewerkers slechts ontvangen en distribueren. Pas als een werknemer de verpakking van een stof zou openen, wordt hij blootgesteld aan deze stof en loopt hij een risico. Doet hij het niet is het risico klein – maar niet nul – namelijk alleen in het geval een verpakking stuk gaat, omdat de verpakking van een stelling afvalt.

Blootstellingroutes

Een stof kan pas een schadelijk effect op het lichaam hebben als het lichaam wordt blootgesteld. Bij stoffen met een lokaal effect (bijtende en irriterende stoffen) moet er contact zijn tussen de stof en het weefsel: de huid, de slijmvliezen, de longen of de ogen.
Bij stoffen met een systemisch effect moet de stof worden opgenomen in het lichaam. Er zijn voor met stoffen drie opnameroutes: via de ademhaling, door de huid en door inslikken.

De ademhaling is de belangrijkste route waardoor een stof het lichaam binnenkomt. Een mens ademt normaal 1250 liter lucht per uur in. Met deze lucht worden ook gassen, dampen en stofdeeltjes ingeademd. Deze komen alle in de longen.
Stoffen als chloor en fosgeen richten al in de longen schade aan. Andere stoffen worden via de longen opgenomen in het bloed. Het bloed verspreidt deze stoffen naar de hersenen, lever, nieren en andere organen, waar ze een schadelijk effect kunnen hebben.
Gassen (zoals chloorgas en koolmonoxide) verspreiden zich altijd makkelijk in de lucht. Bij een vloeistof (zoals aceton en ether) bepaalt de dampspanning de vluchtigheid. Hoe hoger de dampspanning, hoe vluchtiger de stof is. Hoe vluchtiger de vloeistof, hoe meer damp wordt ingeademd.
Vaste stoffen (zoals zouten van metalen of asbest) moeten een fijne verdeling hebben om zich te kunnen verspreiden in de lucht. Kleine stofdeeltjes en vezels kunnen bij het inademen in de neus en de luchtpijp terechtkomen. Trilhaartjes vangen de grotere deeltjes op.
Door hoesten komen ze in de mond, waarna ze worden ingeslikt. Alleen de kleinste deeltjes komen in de longen terecht. Daar kunnen ze longaandoeningen veroorzaken, of ze lossen op in het longvocht en worden zo opgenomen in het bloed.
Een andere opnameroute is via de huid. Een vloeistof die op de huid komt, kan de huid ontvetten of irritatie tot zelfs brandwonden toe veroorzaken. Ook kan de vloeistof oplossen in de vetlaag van de huid, en zo in het bloed terechtkomen. Veel oplosmiddelen hebben deze eigenschap. Ook dampen en gassen (benzeen en blauwzuurgas) kunnen door de huid heen dringen. Bij de genoemde stoffen is de opname door de huid van dezelfde orde als die door de gewone ademhaling.
Als de huid beschadigd of ontvet is, kan een stof makkelijker door de huid worden opgenomen. Ook kan op de beschadigde huid makkelijker een contacteczeem ontstaan.

De derde opnameroute loopt via het maagdarmkanaal. Anders dan bij opname via de huid en de ademhaling hebben werknemers zelf grote invloed op de opname van stoffen via de mond door bijvoorbeeld vieze handen. Bij het werken met gevaarlijke stoffen mogen zij niet eten, drinken of roken. Bij pauzes moeten de handen worden gewassen, om te voorkomen dat blootstelling aan een stof alsnog plaatsvindt tijdens het eten en drinken.

Wat staat er in de wet?

Artikel 4.2 van het Arbobesluit verplicht om een beoordeling (schatting, meting) te maken van de blootstelling aan alle gevaarlijke stoffen die worden gebruikt. Deze blootstelling moet worden vergeleken met een grenswaarde. Bij te hoge blootstelling (overschrijding van de grenswaarde) moeten er maatregelen genomen worden volgens de Arbeidshygiënische Strategie (verwijzing naar artikel 4.4 Arbobesluit).

Meer informatie