Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Grenswaarden voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen

Normen voor blootstelling

Om te bepalen of de mate van de blootstelling in de lucht schadelijk kan zijn, wordt de blootstelling getoetst aan normen voor gassen, dampen, nevels en stofvormige agentia in de lucht op de arbeidsplaats. Deze normen noemen we grenswaarden. Er zijn twee verschillende soorten grenswaarden:

  • publieke grenswaarden;
  • private grenswaarden.

Grenswaarden (MAC-waarden, Occupational Exposure Limits (OEL’s)) zijn te vinden in de grenswaardendatabank van de SER.

Publieke grenswaarden
Voorheen maakten we in Nederland onderscheid tussen twee soorten publieke grenswaarden: wettelijke en bestuurlijke grenswaarden. Een wettelijke grenswaarde was gebaseerd op een wetenschappelijk gezondheidskundig onderbouwd advies van de Gezondheidsraad en werd door de MAC-commissie van de SER (Sociaal Economische Raad) getoetst op sociaal-economische haalbaarheid.
De bestuurlijke grenswaarden werden niet gebaseerd op een wetenschappelijke onderbouwing van de Gezondheidsraad, maar veelal overgenomen uit het buitenland.
Bij de laatste wijziging van de Arbowet en het Arbobesluit zijn de bestuurlijke grenswaarden komen te vervallen. Het uitgangspunt voor het opnemen van een publieke grenswaarde is het gevaar van de stof (kankerverwekkend, sensibiliserend, stof zonder eigenaar), of dat de stof op de EU-lijst met blootstellingsgrenswaarden voorkomt.
De publieke grenswaarden zijn gepubliceerd in de nieuwe bijlage XIII van de Arboregeling. In deel A van deze bijlage staan stoffen die op de Europese OEL-lijst (lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, uit richtlijn 2000/39/EG en 2006/15/EG), en stoffen waaraan veel werknemers zijn blootgesteld en waarvan de overheid verwacht dat werkgevers niet makkelijk zelf een grenswaarde voor kunnen afleiden.
Deel B bestaat uit de grenswaarden voor kankerverwekkende (genotoxische) stoffen. Van deze stoffen kan geen veilige grens worden vastgesteld: iedere blootstelling zou kunnen leiden tot het ontstaan van kanker. Bij deze stoffen maakt de Gezondheidsraad gebruik van risicogrenzen: de blootstelling van de stof leidt tot 10-4 of 10-6 doden per jaar. De verwachting is dat vooral deel A in de toekomst zal worden uitgebreid: steeds meer stoffen krijgen een Europese grenswaarde.
Het gevolg van deze veranderingen is dat een groot aantal ‘oude’ bestuurlijke grenswaarden nu niet meer op de officiële grenswaarden-lijst staan. De verwachting is dat veel bedrijven de (oude) bestuurlijke grenswaarden zullen blijven gebruiken, zeker tot het moment dat werkgevers private grenswaarden hebben opgesteld.

Private grenswaarden
Voor stoffen waarvoor geen publieke grenswaarde bestaat, is de werkgever verplicht een private grenswaarde op te stellen. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor een deel verschoven van de overheid naar het bedrijfsleven. Een werkgever heeft een keuze: zelf een grenswaarde afleiden ofwel een gevalideerde veilige werkwijze toepassen.
Om het bedrijfsleven met deze omslag te ondersteunen wordt in opdracht van de SER een leidraad ontwikkeld waarmee veilige (bedrijfs)grenswaarden of (bedrijfsspecifieke) veilige werkwijzen kunnen worden gevonden. Op de website www.veiligwerkenmetchemischestoffen.nl zijn de resultaten daarvan te vinden.

Een werkgever kan zich bij het vinden van een private grenswaarde baseren op:

  • Buitenlandse grenswaarden. Voorbeelden: TLV (Verenigde Staten), MAK (Duitsland). Bij buitenlandse grenswaarden bestaat het risico dat de wetenschappelijke onderbouwing niet altijd even solide is.
  • Normen naar analogie. Te gebruiken als de stof chemisch lijkt op een stof met een grenswaarde. Dit kan zeker niet altijd: soms hebben stoffen die op elkaar lijken juist totaal verschillende eigenschappen.
  • Normen op basis van eigen onderzoek. Sommige bedrijven hebben zelf de deskundigheid in huis om toxicologisch onderzoek te verrichten of op basis van toxicologische literatuur een norm af te leiden. Zeker de producenten van stoffen kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Grenswaarden voor beroepsmatige blootstellin
Wat nu een publieke of een private grenswaarde wordt genoemd, heette voorheen een MAC-waarde. We gebruiken nu vaak de term OEL, Occupational Exposure Limit. Deze waarde kun je nog vaak tegenkomen en wordt hier verder toegelicht. De definitie van de ‘Maximale Aanvaarde Concentratie’ was een grenswaarde van een gas, damp of nevel van een stof op de werkplek die bij herhaalde blootstelling het hele arbeidsleven lang (voor zover de huidige kennis reikt) de gezondheid van de werknemers als hun nageslacht niet benadeeld.
Bij blootstelling beneden deze grenswaarde zal een werknemer in principe geen gezondheidseffecten oplopen, voor zover we nu weten, gedurende 40 jaar lang. De grenswaarde wordt uitgedrukt in mg/m3 en is in het geval van een gas of een damp om te rekenen naar ppm’s (parts per million). Een ppm betekent: een deeltje van een stof op een miljoen deeltjes lucht.

Bij 20 °C en normale luchtdruk gelden de volgende omrekenformules:
1 ppm = M/24 mg/m3   en
1 mg/m3 = 24/M ppm
waarbij M de relatieve molecuulmassa van de stof is.

Het blijkt lastig om een goede grenswaarde voor een stof vast te stellen. Daarom moet de grenswaarde of oude MAC-waarde met voorzichtigheid worden toegepast. Deze waarde is nl. gebaseerd op nu bekende toxicologische gegevens. Uit toekomstig onderzoek kan blijken dat de grenswaarde lager moet zijn.
Daarnaast geldt de grenswaarde voor de blootstelling aan één stof. Bij blootstelling aan meer dan één stof kunnen de schadelijke effecten versterkt of verzwakt worden. Met het oog op deze onzekerheden is het advies dan ook om als streefwaarde een concentratie van maximaal 25% van de grenswaarde aan te houden (uit NEN 689).

Additieregel
Bij het beoordelen van de blootstelling aan een mengsel van stoffen kan de additieregel worden toegepast. De additieregel mag gebruikt worden als het effect van verschillende stoffen vergelijkbaar is. Dit geldt bijvoorbeeld bij de blootstelling aan organische oplosmiddelen. De additieregel veronderstelt dat de effecten van verschillende stoffen elkaar niet versterken of verzwakken.
De additieregel luidt als volgt: de som van de afzonderlijke concentraties, gedeeld door de afzonderlijke grenswaarde (OEL-waarde), moet kleiner zijn dan 1. In formule:
∑Ci /OELi = C1/OEL1 + C2/OEL2 + C3/OEL3 + …. < 1

Verschillende grenswaarden
Er zijn verschillende typen grenswaarden. De meest voorkomende is de OEL-TGG 8 uur. De afkorting TGG staat voor: tijd gewogen gemiddelde. Bij een OEL-TGG 8 uur van bijvoorbeeld 100 mg/m3 mag een werknemer over 8 uur gemiddeld niet worden blootgesteld aan meer dan 100 mg/m3.
Voor een aantal stoffen is er ook een OEL-TGG 15 min. Deze 15-minuten-waarde is vaak een factor 2 of 3 hoger dan de gewone grenswaarde. Gedurende een korte tijd (15 minuten) mag de werknemer aan maximaal deze hoge concentratie worden blootgesteld, mits de blootstelling over de volledige 8 uur de OEL-TGG 8 uur niet te boven gaat.
Deze OEL-TGG 15 min wordt toegekend aan stoffen als er aanwijzingen zijn dat piek-blootstelling gedurende korte tijd tot meer of andere gezondheidseffecten leidt, dan op basis van de dagblootstelling (TGG 8 uur) verondersteld kan worden. Veel oplosmiddelen hebben de laatste jaren een OEL-TGG 15 min -waarde gekregen, vanwege het vermoeden dat juist een korte piek-blootstelling tot het Organo Psycho Syndrome (OPS) kan leiden.
De OEL C staat voor OEL ceiling (plafond). Deze OEL C mag nooit worden overschreden. Blauwzuurgas heeft bijvoorbeeld een OEL C van 11 mg/m3. Bij blootstelling aan meer dan 11 mg/m3 kan er zich een niet te herstellen gezondheidseffect voordoen.
De grenswaarde gaat over concentraties in de lucht. Stoffen die ook makkelijk door de huid heen kunnen dringen, kunnen een aanduiding H krijgen. Deze H staat voor huid.

Wat staat er in de wet?

Artikel 4.2 van het Arbobesluit verplicht om een beoordeling (schatting, meting) te maken van de blootstelling aan alle gevaarlijke stoffen die worden gebruikt. Deze blootstelling moet worden vergeleken met een grenswaarde. Bij te hoge blootstelling moeten er maatregelen genomen worden volgens de Arbeidshygiënische Strategie (verwijzing naar artikel 4.4 Arbobesluit).

Meer informatie