Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Algemene en individuele hygiënische maatregelen bij het werken met kankerverwekkende stoffen

Uitgangspunten
Bij werkzaamheden met kankerverwekkende (carcinogene) en mutagene stoffen geldt, ongeacht of er blootstelling mogelijk is of niet, een aantal algemene maatregelen en uitgangspunten (Arbobesluit art. 4.19). Deze zijn als volgt.

1. Gebruik altijd zo weinig mogelijk van de kankerverwekkende of mutagene stof
Dit betekent dat voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden ingeschat moet worden hoeveel van de kankerverwekkende of mutagene stof daadwerkelijk nodig is. Leg ook geen grotere voorraad aan dan wat op korte termijn gebruikt gaat worden. Let daarnaast ook op de vorm van de stof. Indien het om vaste stof gaat, verdient het gebruik van tabletten of pellets altijd de voorkeur boven poeders in verband met een extra blootstellingsrisico bij verstuiving. Bij het werken met kankerverwekkende of mutagene vloeistoffen verdient het werken in gesloten systemen sterk de voorkeur boven open opstellingen. Door verdamping van de vloeistof bij open opstellingen ontstaat er een inademingsrisico voor de werknemers en verdwijnt er een hoeveelheid van de kankerverwekkende of mutagene stof uit de procesgang.
Laat na afloop van het werk geen potten, vaten en glaswerk met restanten van de stof slingeren, maar zorg voor het tijdig schoonmaken en opruimen ervan. Het kan soms handig zijn achteraf nog eens na te gaan (aan de hand van de hoeveelheid restanten) of de werkzaamheden niet met minder stof(fen) uitgevoerd kunnen worden.

2. Beperk zoveel mogelijk het aantal werknemers en de blootstellingsduur
De werkzaamheden met kankerverwekkende en mutagene stoffen moeten zodanig georganiseerd en ingericht worden, dat het aantal betrokken werknemers zo klein mogelijk is. Dus liever 2 werknemers die elk bijvoorbeeld 8 uur aan het proces werken, dan vier werknemers die elk 4 uur worden ingezet.
Indien bij de beoordeling is gebleken dat er kans op blootstelling bestaat, dan moeten de werkzaamheden zodanig uitgevoerd worden dat deze blootstelling zo klein mogelijk is en zo kort mogelijk duurt. Dit betekent onder meer dat het aantal blootstellingsbronnen (bijvoorbeeld vaten, flessen of potten die de kankerverwekkende of mutagene stof bevatten) op de werkplek zo klein mogelijk is, en dat besmet gebroken glaswerk en morsingen direct vakkundig opgeruimd worden. Let ook op eventuele lekkende leidingen en afdichters waardoor de stof ongecontroleerd uit de procesgang kan verdwijnen.

3. Werk zorgvuldig en schoon!
Zorg altijd voor een schone en overzichtelijke (dus opgeruimde) werkplek en werk met schoon materiaal. Plan alle stappen vooraf en zorg dat de benodigdheden klaar staan. Werken in een schone omgeving houdt ook in dat besmet materiaal dat niet meer gebruikt wordt in het proces, direct verzameld en van de werkplek verwijderd wordt. Zorg ervoor dat duidelijk is aangegeven dat het hier om materiaal gaat dat nog restanten kankerverwekkende of mutagene stof kan bevatten.
Verricht de werkzaamheden voor zover mogelijk in opvangbakken waardoor eventuele morsingen gemakkelijker kunnen worden opgeruimd.

Voorzieningen
Bij het werken met chemische stoffen in het algemeen en met kankerverwekkende en mutagene stoffen in het bijzonder moet ook een aantal hygiënische regels in acht genomen worden om de werknemer te beschermen tegen blootstelling aan de stof (Arbobesluit art. 4.20). Zo dient er een aparte eet- en drinkruimte te zijn waar werknemers zonder gevaar voor blootstelling kunnen lunchen en pauzeren.

1. Gebruik speciale werkkleding en kledingberging
Omdat besmetting door de kankerverwekkende of mutagene stof nooit geheel uit te sluiten is (bijvoorbeeld door spatten, kleine morsingen, enzovoort), moet gebruik gemaakt worden van speciale werkkleding. De werkkleding dient regelmatig, bijvoorbeeld om de twee weken, verschoond en zo nodig hersteld te worden. De werkkleding moet op een speciaal daartoe aangewezen plaats aangetrokken kunnen worden. Bewaring van de werkkleding kan het beste gebeuren in een aparte kastruimte, zodat de verplichte scheiding van opgeborgen werken privékleding gerealiseerd wordt. Ook dient een aparte kleedruimte voor mannelijke en vrouwelijke werknemers aanwezig te zijn.

NB Neem de werkkleding nooit mee naar huis.
Om het gevaar van besmetting thuis te voorkomen, mag de werkkleding niet mee naar huis genomen worden. Laat de werkkleding professioneel reinigen, in het bedrijf zelf of bij een wasserij.

2. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen als jas of overall, speciale werkhandschoenen, veiligheidsbril, gelaatsmasker en dergelijke moeten op een bekende en daartoe ingerichte plaats bewaard worden. De middelen moeten na elk gebruik gecontroleerd worden op defecten, besmetting en indien nodig vervangen worden door nieuw of schoon materiaal.
Speciaal dient erop te worden gelet dat beschermende handschoenen niet zijn gescheurd of door chemicaliën zijn aangetast. Bij filtermaskers moet gecontroleerd worden of deze nog geschikt zijn voor verder gebruik.

3. Wasgelegenheid
Iedere werknemer moet zich op het werk kunnen verschonen voordat deze naar huis gaat. Daartoe moet voldoende was- en doucheruimte beschikbaar zijn. Deze wasgelegenheid moet naar sekse gescheiden zijn. Als vuistregel kan aangehouden worden dat er 1 wasgelegenheid op 5 werknemers aanwezig moet zijn. Om te kunnen douchen is het wenselijk dat er een doucheruimte met voldoende warmwatersproeiers aanwezig is. Zorg verder voor voldoende zeep en droge, schone handdoeken. De wasruimte moet tevens over verwarming en ventilatie van voldoende capaciteit beschikken.

4. Toiletten en urinoirs
Zorg dat de toiletten (met mogelijkheid tot handen wassen) gemakkelijk (binnendoor) bereikbaar zijn. Zorg dat deze gescheiden zijn van de werkruimte. Reinig toiletten en toiletruimte dagelijks. Zorg voor aparte toiletten voor mannelijke en vrouwelijke werknemers.

Terug naar Kankerverwekkende stoffen