Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)

Welke werknemers
Het recht op een medisch onderzoek geldt voor die werknemers waarvan uit de beoordeling van de blootstelling blijkt dat het werk een gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Aanbevolen wordt om in overleg met een arbodeskundige, personeelsfunctionaris en ondernemingsraad1  te inventariseren welke functies in aanmerking komen voor een medisch onderzoek. Werknemers die werkzaamheden verrichten of gaan verrichten in de aparte, voor het werken met kankerverwekkende of mutagene stoffen ingerichte werkruimte, komen zeker in aanmerking voor een medisch onderzoek.

Wanneer onderzoek
Een medisch onderzoek met betrekking tot arbeid met kankerverwekkende en mutagene stoffen is pas zinvol indien er sprake is van een gezondheidsrisico, of wanneer dit risico te verwachten is. Ook hier wordt aanbevolen om in overleg met een arbodeskundige vast te stellen wanneer een medisch onderzoek gewenst of noodzakelijk is. Dit is in ieder geval de eerste keer dat de werkzaamheden verricht worden. Betrek hierbij ook de betrokken werknemer(s).
De werknemer wordt tevens ingelicht over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid gesteld zal worden een arbeidsgeneeskundig onderzoek te ondergaan. Onder beëindiging wordt hier verstaan het beëindigen van het werk met de kankerverwekkende of mutagene stoffen.

Directe informatie over de mate van blootstelling kan verkregen worden door te meten of er kankerverwekkende of mutagene stof in het lichaam is opgenomen. Dit kan door het meten van de concentratie in het bloed, de urine of de uitademingslucht: biomonitoring of biologische monitoring (BM). Biologische monitoring laat zien of, en zo ja in welke mate, er kankerverwekkende of mutagene stof is opgenomen door het lichaam. Dit gegeven kan vervolgens gebruikt worden ter controle van de effectiviteit van de getroffen maatregelen om blootstelling te voorkomen.

Aanvangsonderzoek
Iedere werknemer die volgens de hierboven beschreven omstandigheden in aanmerking komt voor een arbeidsgezondheidskundig onderzoek, wordt in de gelegenheid gesteld om dit onderzoek voorafgaand aan die werkzaamheden te ondergaan, dat wil zeggen in ieder geval voordat de werkzaamheden voor de eerste keer verricht gaan worden.

Vervolgonderzoek
De werknemer kan op elk moment kenbaar maken een vervolgonderzoek te willen ondergaan, en moet hiertoe in de gelegenheid gesteld worden. De resultaten van dit vervolgonderzoek komen dan in de plaats van voorgaande onderzoeken.

Inhoud van het onderzoek
De uitkomst van de beoordeling van de blootstelling moet maatgevend zijn voor de inhoud en frequentie van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
Wanneer bij een werknemer een afwijking aan de gezondheid wordt geconstateerd die met zijn werkzaamheden kan samenhangen, dan worden andere werknemers met vergelijkbare werkzaamheden tussentijds in de gelegenheid gesteld om eveneens een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

Advisering en uitvoering door een arbodienst
Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek moet uitgevoerd worden door een gecertificeerde arbodienst. Deze arbodienst heeft recht op inzage van de lijst van blootgestelde werknemers en op die gegevens die de dienst in staat kan stellen om een advies te geven over de inhoud en frequentie van het periodiek medisch onderzoek, de te treffen preventieve maatregelen en de eventueel uit te reiken persoonlijke beschermingsmiddelen.

Over de inhoud en frequentie van het onderzoek wordt advies ingewonnen van de betrokken (gecertificeerde) arbodienst; verder zal instemming gevraagd worden aan de ondernemingsraad of, indien deze niet is ingesteld, de belanghebbende werknemers. Het onderzoek kan zowel een medisch onderzoek naar (vroegere) gezondheidseffecten inhouden, als monitoring van belastende factoren in het lichaam.
Enkele praktische maatregelen betreffende het onderzoek zijn:

  • De arbodienst moet op de hoogte zijn van de voorwaarden en omstandigheden van de blootstelling.
  • Er wordt een medisch dossier aangelegd waarin het beroepsverleden van de werknemer is opgenomen.
  • Er wordt een persoonlijk gesprek met de werknemer gevoerd.
  • Indien nodig geacht, kan biologische monitoring plaatsvinden.

Het medisch dossier
Bijhouden en inzagerecht
De arbodienst houdt ten behoeve van de registratie van de resultaten van het onderzoek een persoonlijk medisch dossier bij. Het is aan te bevelen om per werknemer de gegevens uit de lijst met blootstellingsgegevens met de medische gegevens te koppelen. De werknemer mag te allen tijde inzage hebben in zijn of haar medisch dossier. De resultaten van het onderzoek worden in statistische vorm, en dus niet tot het individu herleidbaar, aan de ondernemingsraad ter kennisneming aangeboden. Afhankelijk van de frequentie van de onderzoeken maakt de werkgever met de ondernemingsraad een afspraak over de frequentie welke de ondernemingsraad wordt ingelicht (bijvoorbeeld jaarlijks).

Bewaring en overdracht
Het medisch dossier en de blootstellingsgegevens van de betrokken werknemer wordt tot veertig jaar na beëindiging van zijn werkzaamheden met kankerverwekkende of mutagene stoffen en processen waarbij kankerverwekkende stoffen vrijkomen, bewaard. Eveneens geldt deze bewaartermijn voor de totale lijst van blootgestelde werknemers.
Wanneer het bedrijf van de werknemer de bedrijfsactiviteiten staakt, worden de blootstellingsgegevens overgedragen aan de betrokken arbodienst. Deze moet vervolgens het bewuste dossier gedurende de wettelijk vastgestelde termijn bewaren. Het is raadzaam dit in het contract tussen het bedrijf en de arbodienst goed vast te leggen. Als de arbodienst het dossier niet in bewaring neemt, moet dit aan de Inspectie SZW aangeboden worden, voor zover de betrokken werknemer daartegen geen bezwaar maakt.

Wet persoonsregistratie
Op het bewaren van bestanden, zowel op papier als in elektronische vorm, gelden onverkort de bepalingen van de Wet persoonsregistratie.

Melden van beroepskanker aan de Inspectie SZW
Het vermoeden of constateren van een beroepsziekte moet op basis van art. 9 lid 3 van de Arbowet gemeld worden door een arboarts of een arbodienst aan een door de Minister aangewezen instelling: het Centrum voor Beroepsziekten. Wanneer dus het vermoeden bestaat (of wanneer is aangetoond) dat de kanker die bij een of meer van de werknemers in het bedrijf is vastgesteld, een gevolg is van blootstelling aan een kankerverwekkende of mutagene stof of proces in het bedrijf waarbij een kankerverwekkende stof is vrijgekomen, moet dit terstond worden doorgegeven aan het NCVB.

 

1  De Ondernemingsraad heeft op grond van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) instemmingsrecht over dit onderzoek.

Terug naar Kankerverwekkende stoffen