Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Aanvullende registratie Reprotoxische stoffen

Arbowetverplichting: risicoinventarisatie & -evaluatie
Op grond van de Arbowet (artikel 5) is het verplicht alle mogelijke risico’s door arbeid voor werknemers te inventariseren en te beoordelen.
Deze inventarisatie en evaluatie dient schriftelijk vastgelegd te worden en moet herhaald worden indien gewijzigde omstandigheden kunnen leiden tot verandering van de arbeidsrisico’s. Afschriften van de uitkomst van de inventarisatie en evaluatie moeten aan de ondernemingsraad, de bedrijfsarts en de betrokken arbodienst overhandigd worden.
Bij de inventarisatie en evaluatie is het verplicht om deze door een arbodienst of één of meer gecertificeerde arbodeskundigen (bedrijfsarts, veiligheidskundige, arbeidshygiënist of arbeids- en organisatiedeskundige) te laten toetsen.

Voor reprotoxische stoffen geldt een aanvullende registratieverplichting (Arbobesluit artikel 4.13). Deze verplichting geldt voor alle stoffen die zijn ingedeeld als

Verplichte inventarisatie van gegevens
Een overzichtelijk en betrouwbaar register is behalve voor degene die een risico-evaluatie uitvoert, ook nodig voor andere direct betrokkenen zoals de werknemers zelf, de bedrijfsarts, arbodeskundigen en de ondernemingsraad. Zij willen allen een goed inzicht krijgen in de wijze waarop blootstelling aan reprotoxische stoffen plaats kan vinden.

Van iedere reprotoxische stof die in het bedrijf aanwezig is en behoort tot het bedrijfsproces, moeten onderstaande gegevens geregistreerd worden.

1. De identiteit van de stof, het mengsel of het proces
Voor een enkelvoudige reprotoxische stof wordt de chemische naam geregistreerd, of indien de stof in bijlage 1 van Richtlijn 67/548/EEG is opgenomen, ook het bijbehorende EINECS-nummer. Vermelding van een CAS-nummer is ook mogelijk.

Bij een reprotoxisch mengsel:

  • wordt de handelsnaam of -namen geregistreerd, en verder
  • de chemische namen van de reprotoxische component(en), en
  • de gewichtspercentages van deze component(en).

2. De gevaren van de stof(fen)
Hier dient aangegeven te worden in welke gevarenklasse(n) de stof ingedeeld kan worden volgens de criteria die opgenomen zijn in CLP.

3. De afdeling waar de stoffen zich bevinden
In het besluit wordt de afdeling gedefinieerd als een organisatorische eenheid binnen een bedrijf.

4. De hoeveelheid van de stof die op jaarbasis aanwezig is voor gebruik of geproduceerd wordt
Hierbij gaat het om de hoeveelheid per kalenderjaar in het bedrijf aanwezige reprotoxische stoffen die opgeslagen zijn, gebruikt worden, geproduceerd worden of ontstaan bij een proces.

5. De aard van de verrichte werkzaamheden
Beschreven moet hier worden bij welke werkzaamheden blootstelling verwacht kan worden. Het gaat hierbij om een korte omschrijving van de werkzaamheden of handelingen die verricht worden.

6. Het aantal werknemers dat blootgesteld kan worden
Allereerst moet het aantal werknemers geregistreerd worden dat zelf met reprotoxische stoffen werkt; daarnaast ook die werknemers die mogelijk (incidenteel) met deze stoffen in aanraking kunnen komen. Een voorbeeld van deze laatste groep is het onderhoudspersoneel dat af en toe op plaatsen komt waar deze stoffen aanwezig zijn of ontstaan.

7. De manier waarop werknemers blootgesteld kunnen worden
Het gaat hier om de blootstelling die plaats zou vinden wanneer geen beschermende maatregelen getroffen waren, de zogenaamde potentiële blootstelling. Dit betekent dat nagegaan moet worden of deze blootstelling plaats kan vinden door inademing van damp, nevel of aerosol, via de huid of door opname in de mond. Bij een mogelijke blootstelling aan meer dan één stof moet rekening gehouden worden met eventuele versterkende effecten die deze stoffen op elkaar uitoefenen.
Inventarisatie van deze gegevens geeft inzicht in de omvang van de kans dat werknemers met de stof in aanraking kunnen komen. Tevens geeft het een indicatie over de ernst van een eventuele blootstelling.
De blootstellingskans wordt bepaald door een drietal factoren:

  1. de aard van de verrichte werkzaamheden, zie hiervoor punt 6;
  2. de mate waarin de stof kan vrijkomen;
  3. de fysische eigenschappen van de reprotoxische stof.

Om inzicht te krijgen in de blootstellingkans moet bekend zijn of
a.    de handelingen met de stof handmatig, geautomatiseerd of mechanisch plaatsvinden;
b.    er in een open of gesloten systeem wordt gewerkt;
c.    de gebruikte of vrijkomende reprotoxische stof in vaste, vloeibare, of gasvormige toestand verkeert:

  • Gaat het om een vaste stof, is er dan makkelijk verspreiding mogelijk door verstuiving van poeders, kristallen of schilfers?
  • Als het een vloeistof betreft, is er dan een kans op het vrijkomen van spatten of druppels, kan er makkelijk een damp gevormd worden (let op de dampspanning en het kookpunt van de vloeistof)?
  • Wanneer de reprotoxische stof in dampvorm voor kan komen, zijn er dan situaties denkbaar van ontsnapping van een dampwolk die stijgt (relatieve dichtheid van een damp/luchtmengsel < 1), blijft hangen (relatieve dichtheid = 1) of uitzakt (relatieve dichtheid > 1)?
  • Kunnen nevels en/of aerosolen gevormd worden?

Beoordeling van bovenstaande situaties kan helpen om eventuele blootstelling vooraf in te schatten.

Terug naar Reprotoxische stoffen