Fenelab
Bent u lid? Login

Suggesties of vragen

Heeft u vragen of suggesties neem contact op met Fenelab.

secretariaat@fenelab.nl

Oplossingen zwangerschap

Effecten van reprotoxische stoffen op vruchtbaarheid en ongeboren kind

Stoffen die een schadelijk effect hebben op de voortplanting van mensen, zijn reproductietoxische (of kort reprotoxische) stoffen. Als dit effect bewezen is, hebben deze stoffen H360. Verdacht reprotoxische stoffen krijgen H361. Stoffen die schadelijk zijn via de borstvoeding, krijgen H362.
Er zijn twee verschillende reprotoxische effecten: verminderde vruchtbaarheid van mensen of een effect op het nog niet geboren kind. Het effect op de vruchtbaarheid kan tijdelijk maar ook blijvend zijn. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen bleek dat onder de bezoekers van voortplantingsklinieken zich relatief veel drukkers, tapijtleggers en schilders bevinden. De relatie tussen deze beroepen en het gebruik van gevaarlijke stoffen (oplosmiddelen) is dan snel gemaakt. Het blijkt dat deze stoffen vooral bij mannen een effect hebben.
Stoffen kunnen ook de nog niet geboren vrucht beschadigen, waarbij het effect het grootst is in de eerste weken na de bevruchting. Bekend zijn natuurlijk de effecten van alcohol en roken. Maar ook veel andere stoffen kunnen dit effect hebben.
SZW publiceert ieder half jaar een (niet limitatieve) lijst met reprotoxische stoffen in de Staatscourant en op www.arboportaal.nl.

Wat te doen als je zwanger bent en in een laboratorium werkt?

  1. Lees de informatie over werkzaamheden die een risico kunnen vormen.
  2. Meer specifiek: er is een groot aantal stoffen die reprotoxische eigenschappen hebben. Deze stoffen hebben de H-zinnen H360, H361, H362.
    Zie hiervoor ook de lijst met reprotoxische stoffen van SZW.
  3. Nagegaan moet worden of de persoon die zwanger is, zwanger wil worden of borstvoeding geeft (en eigenlijk ook de man van….) met deze stoffen werkt. Let op: ook stoffen als ethanol, tolueen en xyleen hebben deze eigenschappen. In het algemeen geldt dan: blootstelling aan deze stoffen moet worden voorkomen.
  4. De medewerker en de leidinggevende zullen samen de beoordeling moeten maken of de blootstelling aan deze stoffen kan worden voorkomen.
  5. Vraag zo nodig hulp in van een in- of externe deskundige bij het beoordelen van de blootstelling aan specifieke stoffen.

Zwangerschapsbeleid en arbeid

Iedere medewerker heeft recht op een veilige en gezonde werkplek. Het arbeidsomstandighedenbeleid is er op gericht om een gezonde werkomgeving te realiseren en te behouden.

Het doel is om lichamelijk letsel en/of schade aan de gezondheid en welzijn van medewerkers en van derden te voorkomen. Dit geldt ook t.a.v. het voorkomen van schade aan goederen en materialen.
Zorg moet er zijn voor zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, met aanvullende voorzorgsmaatregelen tijdens de periode van zwangerschap en lactatie.
De aanvullende maatregelen die we nemen zijn ter bescherming van:

  • de zwangerschap;
  • het ongeboren kind;
  • de borstvoeding;
  • de zuigeling;
  • de gezondheid van de medewerkster zelf.

Voor medewerksters, die gemeld hebben zwanger te zijn of borstvoeding te willen geven, worden de volgende maatregelen getroffen:

  • risico’s tijdens het werk worden vastgesteld;
  • medewerksters worden geïnformeerd over risico’s in het werk, die van invloed kunnen zijn op de zwangerschap, het ongeboren kind, haar gezondheid, borstvoeding en via de borstvoeding op de zuigeling;
  • naaste collega’s zullen worden geïnformeerd over de risico’s en de getroffen aanvullende maatregelen (bijvoorbeeld aangepaste werk- en rusttijden);
  • de (tijdelijke) aanvullende maatregelen worden vastgesteld met het RAAK-principe:
  • R = wegnemen risico’s binnen eigen functie en werkplek;
  • A = aanpassen werk en/of aanpassing van werk- en rusttijden;
  • A = uitvoeren ander werk;
  • K = keerpunt in de benadering door het vrijstellen van het verrichten van arbeid.

Zwangere en/of lacterende medewerksters horen tijdig de juiste voorlichting te krijgen m.b.t. de risico’s van hun werk, de toegang tot een deskundige (bijvoorbeeld de bedrijfsarts) en de algemene aanvullende maatregelen.

Risico’s

Als een medewerkster zwanger is of borstvoeding geeft, moet zij veilig en gezond kunnen werken. Daar gelden regels voor. Zo moet de medewerkster voorzichtig zijn met lichamelijk zwaar werk, stress, werk met chemische stoffen of straling en werk waarbij er een infectierisico is. Daarnaast zijn er ook duidelijke afspraken over verlof rond de zwangerschap en ouderschapsverlof.

Wat staat in de wet voor werknemers

U moet uw werkgever op de hoogte stellen van uw zwangerschap. Hiervoor geldt geen verplichte termijn, maar meestal is dat uiterlijk na drie maanden. Uw werkgever heeft dan nog voldoende tijd om eventuele maatregelen te nemen. Ook gaat de wettelijke bescherming pas in als u uw werkgever over uw zwangerschap heeft ingelicht.
Als zwangere werkneemster heeft u recht op zwangerschap- en bevallingsverlof. Dit verlof kunt u vier tot zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum laten ingaan en duurt tot minimaal tien weken na de bevalling. In totaal bedraagt het verlof ongeveer zestien weken.
Uw werkgever moet in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) de mogelijke risico’s beschrijven voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Vraag uw werkgever naar de RI&E. Heeft uw werkgever geen RI&E, vraag dan advies bij de arbodienst of een interne deskundige.
Om risico’s voor een u en uw ongeboren kind te beperken, geldt een aantal regels:

  • Werkt u met gevaarlijke stoffen of moet u veel tillen en dragen? Dan moeten uw werkzaamheden worden aangepast:
  • U mag niet meer dan vijf kilo per keer tillen.
  • Een zwangere werkneemster is extra gevoelig voor infecties door bacteriën en schimmels. Het is daarom belangrijk dat uw werkgever extra hygiënische maatregelen neemt.
  • Voorkom blootstelling aan stoffen die de gezondheid van u en het ongeboren kind in gevaar kunnen brengen. Voorbeelden van zulke stoffen (met H360) zijn kankerverwekkende stoffen (tolueen of keramische vezels). Ook bepaalde biologische agentia zijn schadelijk. Dit type stoffen is besmettelijk en kan gemakkelijk ontstaan in slachterijen en bij afvalverwerking.
  • Werk niet met lood en loodverbindingen: deze stoffen zijn zeer schadelijk.
  • Extreme kou of hitte zijn af te raden. Uw bloeddruk kan snel dalen en dat heeft gevolgen voor de baarmoeder.
  • Ook te hard geluid kan schadelijk zijn, dat mag niet meer zijn dan 80 decibel gedurende maximaal acht uur.
  • Verricht geen werk met schokken of sterke lichaamstrillingen, dat vergroot het risico op een miskraam.
  • Verricht geen werk met overdruk (caissonarbeid) of duikwerkzaamheden.
  • Behandeling van decompressieziekte is erg schadelijk tijdens een zwangerschap. Duik- en caissonwerk zijn dus af te raden.
  • Hebt u klachten, dan heeft u recht op aangepaste werktijden. Dit kunt u bespreken met uw werkgever.

Tijdens een sollicitatiegesprek mag een toekomstige werkgever geen vragen stellen over mogelijke kinderwensen.

  • U hebt recht op aangepaste werk- en rusttijden. Ook mag u tijdelijk stoppen met overwerk of nachtdiensten.
  • Zwangerschapsonderzoeken, zoals een bezoek aan de verloskundige of een echo, mogen onder werktijd.
  • Verloopt uw zwangerschap problematisch, dan kunt u tijdelijk ander werk krijgen of zelfs vrijstelling van werk.
  • Tijdens de eerste maanden na uw bevalling heeft u het recht uw werk te onderbreken om in alle rust en afzondering uw kind borstvoeding te geven dan wel af te kolven.

Deze onderbreking kan zo vaak en lang als nodig, maar ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. Er dient voor u op de werkplek een hygiënische en van binnen afsluitbare kamer te zijn, waar u in alle rust borstvoeding kunt geven of moedermelk kunt afkolven.

Wat helpt?
Vertel uw werkgever op tijd dat u zwanger bent. Laat het uw werkgever ook weten als er aanpassingen nodig zijn en houdt uw werkgever hiervan op de hoogte. Ook kunt u advies vragen aan de bedrijfsarts tijdens het arbeidsgezondheidskundig spreekuur.
Meer informatie over zwangerschap en werken met gevaarlijke stoffen

 

Terug naar Reprotoxische stoffen